antiquaar

mannelijk (de)/ɑnti'kwar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) handelaar in oude boeken, handschriften, prenten en kaarten

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘handelaar in oude boeken’ voor het eerst aangetroffen in 1870

Vertalingen

Spaansanticuario