antipyrine
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑntipi'rinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) geneesmiddel met pijnstillende en antipyretische (koortsverlagende) werking
Etymologie
*afgeleid van het Griekse πυρετικός 'pyretikós' (koortsig) ( en )
Vertalingen
Spaansantipirina, fenazona
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek