antiklerikaal
mannelijk (de)/ˈɑntiˌkleriˌkal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) iemand die antiklerikaal is
Etymologie
#tegen (de invloed van) de geestelijkheid gericht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
#tegen (de invloed van) de geestelijkheid gericht