antiek
onzijdig (het)/ɑnˈtik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen, die verzameld en verhandeld wordenHij handelt in antiek.
Etymologie
* via "antique" van Latijn "antiquus" in de betekenis van ‘afkomstig uit de Griekse of Romeinse Oudheid, afkomstig uit oude tijden’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Vertalingen
Engelsantique, antique
Fransantiquité, antique, antique
DuitsAntiquität, antik, antik
Spaansantigüedad, antigualla, antiguo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek