anticlimax

mannelijk (de)/'ɑntiklimɑks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterkunde (letterkunde) een weinig spannende, soms teleurstellende ontknoping van het verhaal
  2. letterkunde (letterkunde) een opsomming / stijlfiguur waarbij de opgesomde delen geleidelijk in kracht afnemen
  3. figuurlijk (figuurlijk) een onverwachte teleurstelling
    De wedstrijd was een anticlimax.

Etymologie

*Afgeleid van climax

Vertalingen

Engelsanticlimax
Fransdéception
DuitsAntiklimax
Spaansanticlímax