anorexie

vrouwelijk (de)/anorɛk'si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verlies van eetlust
    Alleen al de hoofdstuktitels van het deel waarin Johannisson de toen gangbare 'kwalen' en bijbehorende geneeswijzen bespreekt, vormen een encyclopedie van ellende die je de moed voor welke wandeling dan ook zou ontnemen: 'ziekelijkheid, menstruatie, zwangerschap, menopauze, migraine, chlorose, anorexie, neurasthenie, hysterie, krankzinnigheid'. NRC Jolande Withuis 14 februari 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/02/14/de-ziek-verklaarde-sekse-rond-1900-bloedzuigers-in-7342647-a1205971 De ziek verklaarde sekse rond 1900; Bloedzuigers in de baarmoeder]
    Patiënten met legionellose (veteranenziekte) lijden meestal aan een ernstige longontsteking, hebben hoge koorts, maar daarnaast kunnen zich ook verschijnselen voordoen als diarree, anorexie, spierpijn en verwardheid. NRC 4 augustus 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/08/04/legionella-bij-vierdaagse-7504910-a1152573 Legionella bij Vierdaagse]
    De president van het orkest werd later opgenomen in een vooruitstrevende zenuwinrichting in Bazel, waar hij een holistische behandeling onderging voor anorexie en klachten die verband hielden met alcoholverslaving.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsanorexia