anorexia

vrouwelijk (de)/ano'rɛksija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) magerzucht, eetstoornis
    Men knielde voor het beeld van een masochist met een baard en met anorexia die een rol prikkeldraad op zijn hoofd droeg, terwijl het bloed over zijn gezicht liep.
    Ik heb een neiging tot verslaving, ik flirt met anorexia, heb een obsessief-compulsieve stoornis, en geen idee hoe het is om te leven zonder de adrenalinekick van chronische stress in mijn lichaam.

Etymologie

* Afkorting van anorexia nervosa

Vertalingen

Engelsanorexia
DuitsMagersucht
Spaansanorexia
Portugeesanorexia
Poolsanoreksja