andreaskruis

onzijdig (het)/ɑn'drejɑskrœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. heraldiek (heraldiek) kruis van twee even lange, schuingeplaatste balken
    Er zijn speciale verzamelaarsbeurzen voor andreaskruisen.

Etymologie

*(eponiem): , genoemd naar die volgens de overlevering gekruisigd werd aan een diagonaal kruis; in de betekenis van ‘liggend kruis’ voor het eerst aangetroffen in 1857

Vertalingen

EngelsSaint Andrew's cross
Franscroix de Saint-André
DuitsAndreaskreuz
Spaanscruz de San Andrés