andragogiek

vrouwelijk (de)/ˌɑndraɣoˈɣik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) sociaal-culturele opvoeding en vorming van volwassenen

Etymologie

*gevormd naar het voorbeeld van "pedagogiek" uit "ἀνδρός" (andrós) "van de mens" en "ἀγωγός" (agoogós) "(bege)leiding"; vergelijk ook "andragogique"