ambtswoning
vrouwelijk (de)/'ɑmptswonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een woning die is toegewezen aan de beoefenaar van een ambtDe Britse premier Theresa May wordt in reactie op de aanval door veiligheidsmensen afgevoerd bij het parlementsgebouw en snel per auto naar haar ambtswoning aan Downing Street gebracht. Bij de Cabinet Office aan Whitehall zit ze aan het einde van de middag een bijeenkomst voor van het noodcomité Cobra, dat verantwoordelijk is voor de coördinatie van de reactie op ernstige incidenten. Eerder kwam deze commissie bijeen na de terreuraanslag op het Londense openbaar vervoer op 7 juli 2005.NRC Frank Kuin 22 maart 2017Een Turks tv-station heeft beelden uitgezonden waarop te zien zou zijn hoe mannen de stoffelijke resten van de vermoorde Saudische journalist Jamal Khashoggi de ambtswoning van de Saudische consul-generaal binnendragen, in Istanbul.
Vertalingen
Engelsstaff accomodation, official residence
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek