dienstwoning
vrouwelijk (de)/ˈdinstwonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- huis of ander verblijf waar iemand moet wonen om zijn werk te kunnen doenHoe gaat het trouwens met Gottfrids timmermanswerk aan de dienstwoningen? 'Ze gaapte terwijl ze het vroeg, discreet en verontschuldigend, maar toch.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek