amarillo

onzijdig (het)/ˌamaˈrɪlo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleur (kleur) lichtgeel
    Achter de Spahis liepen leden van alle stammen, die zwerven rondom den Sahara. Elke huidskleur, van amarillo tot maduro, van okergeel en brons tot pik-zwart, onder tulbanden en bournouzen.
  2. figuurlijk, verouderd, sport (figuurlijk) (verouderd) (sport) (wielrennen) eerste plaats in het klassement van de ronde van Spanje
    Na drie opeenvolgende ritten in Andalusië met aankomst bergop, vooraf gezien als het zwaartepunt van de 64ste Vuelta, staat Gesink tweede in het algemeen klassement op 31 tellen van het amarillo.
zelfstandig naamwoord
  1. soort sigaren met een lichte kleur
    Vervolgens worden de sigaren op kleur gesorteerd. Dit heeft niks met de kwaliteit te maken. Alle sigaren zijn even goed; het gaat alleen om het gezicht. Vroeger werd er op tientallen kleuren gesorteerd. Je had er verschillende benamingen voor: "amarillo" was licht, "colorado" donker.

Etymologie

[https://www.dbnl.org/tekst/_gid001199201_01/_gid001199201_01_0037.php?q=amarillohl1 "Smeltend ijs" in: De Gids. jrg. 155 nr. 3/4 (maart/april 1992) Meulenhoff Nederland, Amsterdam]; p. 234; geraadpleegd 2019-03-21