Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

alveolaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑlvejo'lar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) consonant bij de vorming waarvan de tongpunt de bovenste tandkas of superieure alveolare rand raakt

Etymologie

*van het Latijnse 'alveolus' = (uithollinkje)