Allen

/ˈɑlə(n)/

Betekenis

voornaamwoord
  1. alle ; allemaal, iedereen
    Mag ik ervan uitgaan dat allen hiermee instemmen.
    Ik stond mezelf toe het voor me te zien - vakken volgen als Politieke Geografie en Negentiende- eeuwse Britse Vrouwen in de Literatuur, in kleine lokalen waar je met z'n allen in een kring zat.
telwoord
  1. alle ; allemaal

Vertalingen

Engelsall, all
Franstout, tout le monde, tous (les)
Duitsalle, alle
Spaanstodos, todas
Poolswszyscy
Zweedsmangrant
Deensalle