alarmsignaal

onzijdig (het)/aˈlɑrᵊmsɪˌɲal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een noodsignaal, vaak in de vorm van een luid geluid of een knipperend licht, dat voor dreigend gevaar waarschuwt
    Let altijd op het alarmsignaal! Als het afgaat, moet u de ruimte verlaten.
    Hij duwde zijn kop tegen Gabriels been en keek hem met smekende ogen aan alsof hij wilde zeggen: we zijn nu toch met ons drieën en u kunt toch gelukkig zijn? Op dat moment werd mijn plezier vergald door de speldeprikken van een alarmsignaal.
    Doorlopend horen we in de verte alarmsignalen.

Vertalingen

Engelsalarm signal
DuitsAlarmsignal
Poolssygnał alarmowy