alarmbel
mannelijk/vrouwelijk (de)/a'lɑrmbɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bel die luidt of geluid wordt bij een alarmToen de alarmbel afging, wisten we dat er brand was.
- een waarschuwingChantal hoorde een serie alarmbellen in haar hoofd afgaan.Iemand die zich bij een van de eerste afspraakjes voordoet als een vrijwel volmaakt wezen - dat ook nog met de dag beter wordt - zal alarmbellen doen afgaan: zo iemand zal algauw onuitstaanbaar blijken en altijd ondoorgrondelijk blijven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek