airco

vrouwelijk (de)/ˈɛːrko/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. airconditioning
    ‘Voor het geld dat we betalen verwacht je toch dat die airco functioneert,’ gromde hij.
    De koude lucht slaat op mijn keel, die airco is veel te hoog afgesteld.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Spaansaire acondicionado