airconditioning
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɛːrkɔnˌdɪʃənɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimteDe airconditioning van het gebouw was goed ingesteld het klimaat is plezierig.
- het apparaat dat hier verantwoordelijk voor isEen airconditioning kan werken als koeling maar ook als verwarming van een ruimte.Zet de airconditioning maar even aan.
Etymologie
* uit het Engels
Vertalingen
Engelsair conditioning
Fransclimatisation
DuitsAirconditioning
Spaansclimatización, aire acondicionado, climatizador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek