airbag

mannelijk (de)/ˈɛːrbɛːk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) systeem in voertuigen waar bij een botsing snel een zak wordt opgeblazen ter bescherming van de inzittenden
    Na de botsing klapten de airbags open.

Etymologie

* van "airbag"

Vertalingen

Engelsairbag, air bag
DuitsAirbag
Turkshava yastığı