afzweren
/ˈɑfswerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bij ede verklaren dat men niet langer bereid is iets of iemand te dienenHet gebruik van alcohol werd in de Verenigde Staten per grondwetswijziging afgezworen, maar later moest men daar door de toename van de criminaliteit op terugkomen.
werkwoord
- (erga) een lichaamsdeel verliezen in een infectieprocesDoor zijn melaatsheid waren er twee vingers afgezworen.
Vertalingen
Spaansabjurar, apostatar
Portugeesabjurar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek