afzijdigheid
vrouwelijk (de)/ɑf'sɛɪdəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zich ergens niet bij betrokken voelen het zich ergens niet mee bemoeienIk wist dat hij ons niet wilde kritiseren om onze afzijdigheid.Die wederzijds afzijdigheid, de bijna gecultiveerde afstand, daar ben ik mij over blijven verbazen. Zeker toen duidelijk werd dat de problemen voor de Marokkaanse Nederlanders steeds nijpender werden.
Etymologie
* afleiding van afzijdig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek