afwerpen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets van zich afschudden
    Zij slaagden erin het juk van de bezetter af te werpen.
    Eruit, ze moest de modder van zich afwerpen en naar Jeroen rennen.
    Totdat Dor uiteindelijk, op zeker moment tijdens zijn duistere kwelling, de lethargie afwierp door de rand van een kleine steen scherp te maken en in de wanden te kerven.

Uitdrukkingen

  • vruchten afwerpengunstige resultaten opleveren