afweer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het afweren van aanvallenDe afweer functioneerde perfect in de burgeroorlog.
- bescherming tegen vervelende dingenHet was gelach zonder vreugde, een afweer tegen het noodlot.Nu lijkt het of mijn adviezen almaar afketsen op een muur van afweer en coping. 'We gaan het gesprek afronden,' zeg ik bruusker dan ik wil.'Ik zal het dossier sluiten bij de verzekeraar.Je kunt gaan.'
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelsdefence
Spaansdefensa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek