afwegen

/ˈɑfweɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het ene belang vergelijken met het andere
    Deze zaken dienen nauwkeurig afgewogen te worden.
    Soms moet je eerst handelen en daarna pas afwegen.
  2. ov (ov) een bepaalde massa door weging afzonderen
    Er werd 50 milligram afgewogen en opgelost in zwavelzuur.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het afwegen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.