afvragen

/ˈɑfraɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl): zich ~: zichzelf een vraag stellen
    Ik heb mij zo vaak afgevraagd wat de reden daarvoor is.
    Constant was ik met mezelf in gesprek over praktische zaken, zoals hoeveel water mee te nemen en wat te doen als ik zou verdwalen, tot mezelf afvragen of ik niet te ver was gegaan door mijn gezin zo lang te verlaten.
    Gedurende de rit naar huis had zij zich afgevraagd waarom Dorien zich opeens aan regels hield die zij niet zelf had opgesteld.
  2. refl (refl): zich ~: vraagtekens plaatsen bij
    Ik vraag me af of uw opvatting wel juist is.
    Wat ik me elk jaar rond deze tijd steeds afvraag, is of we bepaalde figuren nog wel uit moeten nodigen.

Vertalingen

Engelswonder, wonder
Franss'interroger sur, se demander
Duitssich fragen, sich fragen
Spaanspreguntarse, preguntarse