afvliegen

/ˈɑfliɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) op eigen kracht door de lucht vertrekken
    Als het even kan moet 24 uur per dag worden geobserveerd wanneer de dieren aan- en afvliegen, wat de activiteiten op het nest zijn en welke prooien er worden aangevoerd. Ook het roepen van het mannetje en het vrouwtje wordt bijgehouden. Tubantia 10-12-13 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/staatsbosbeheer-zoekt-oehoe-spotters~acba8fba/ Staatsbosbeheer zoekt oehoe-spotters]

Uitdrukkingen

  • afvliegen op

Vertalingen

Engelsdisappear, fly out, fly away