wegvliegen

/ˈwɛxfliɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een plaats vliegend verlaten
    Voor hij de foto kon nemen vloog de zeldzame vogel weg.
  2. erga (erga) heel snel en plotseling een plaats verlaten
    Toen hij het slechte nieuws hoorde vloog hij weg.
  3. erga (erga) een hoge verkoopsnelheid hebben
    Zo rond deze tijd van het jaar vliegen de boeken gewoon weg.

Vertalingen

Engelsfly away, dart off, sell like hot cakes
Franss'envoler, partir très vite, partir
Duitsfortfliegen, davoneilen, reißenden Absatz finden