afvaren

Betekenis

werkwoord
  1. scheepvaart, erga (scheepvaart) (erga) wegvaren (van de wal)
    Wanneer we in Bombay arriveerden, zou Fabian terugkeren naar Delhi en zouden wij afvaren.
  2. scheepvaart, erga (scheepvaart) (erga) een heel traject varend voltooien

Vertalingen

Engelsdepart, go down, leave