aftroggelen

/ˈɑftrɔɣələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door aanhoudende vriendelijke bede en zoet gevlei iets van iemand verkrijgen, op slinkse manier loskrijgen
    Oplichters zijn erg creatief en zoeken steeds nieuwe manieren om mensen geld af te troggelen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘afhandig maken’ voor het eerst aangetroffen in 1644

Vertalingen

Engelswangle off
Duitsabluchsen, abschwatzen, abschwindeln