aftrek
mannelijk (de)/'ɑftrɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bedrag dat ergens afgetrokken wordtU krijgt uw gehele borg terug behalve de aftrek voor de schoonmaakkosten.
- het in getal verminderen van ietsVoor de aftrek van studiekosten geldt een drempel.
- in trek zijn, populair zijn, van dingen die worden aangeboden, verkochtDe zelfgemaakte koekjes vonden gretig aftrek.
- de actie van het iets verminderenHet aftrekken van al of niet reële aftrekposten is een hobby van veel Nederlanders.
Vertalingen
Spaansdeducción
Italiaansdeduzione
Portugeesabatimento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek