aftrappen
/ˈɑftrɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (sport) (intr) (voetbal) de aftrap nemen; de voetbal wedstrijd beginnenToen de scheidsrechter floot en de tegenpartij aftrapte, nam zij zich voor om de bal geen seconde meer uit het oog te verliezen.
Vertalingen
Engelskick down, kick off
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek