afstraffen
/ˈɑfstrɑfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets betaald zettenDie vermetelijke daad werd meedogenloos afgestraft.Het arrogante elftal dat ervan uitging dat ze met gemak de wedstrijd zou winnen werd meedogenloos afgestraft.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het afstraffen in de tweede betekenis erin.
- enz.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek