afstoting

vrouwelijk (de)/'ɑfstotɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) een kracht die twee voorwerpen zich van elkaar doet verwijderen
    Wanneer twee magnetische noordpolen bij elkaar in de buurt komen heeft dat afstoting ten gevolge.
  2. medisch (medisch) een proces van vernietiging waaraan een lichaamsvreemd voorwerp door het immuunsysteem onderworpen wordt
  3. biologie (biologie) proces van laten sterven van iets dat ergens in leeft

Etymologie

* van afstoten .

Vertalingen

Engelsrepulsion
Fransrépulsion
Spaansrepulsión