afstompen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zijn scherpheid verliezen
    Dit mes is aardig afgestompt.
  2. ov (ov) van zijn scherpheid beroven
    Dat harde ruwe oppervlak stompt je mes snel af.
  3. ov (ov) iemands tegenwoordigheid van geest nadelig beïnvloeden
    Hij is door dat geestdodende werk flink afgestompt.

Vertalingen

Fransabêtir
Duitsabstumpfen, abstumpfen
Spaansdespuntar, embrutecer, abobar