afstoffen
/ˈɑfstɔfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ontdoen van stofHij heeft vandaag de meubels afgestoft.
- iets dat je lang niet gebruikt hebt gereedmaken om weer te gebruikenMijn kinderen staan trouwens absoluut niet te trappelen om zelf ook lange wandelingen te gaan maken. Een boswandeling vinden ze al saai, maar ik heb goede hoop dat ze later in hun leven hun bergschoenen zullen afstoffen en op reis gaan. We zullen zien.
Vertalingen
Engelsdust
Spaansquitar el polvo
Italiaansspolverare
Poolsodkurzać, ścierać kurz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek