afstel
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het afstellen, het opgeven of laten varen van een voorgenomen handelingEen lome blik op de imposante boezem van een langslopende dame bleek een vergeefse poging tot afstel.
Uitdrukkingen
- Uitstel is geen afstel. (Tegenovergestelde wordt ook vaak gebruikt: Uitstel is afstel) — als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen (Tegenovergestelde: je kunt het beter maar meteen doen, als je het uitstelt, komt het er vaak niet meer van)
- Van uitstel komt afstel — letterlijk, wanneer iets wordt uitgesteld wordt het vaak vergeten en helemaal niet meer gedaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek