afsteek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het afscheiden door middel van een steekwerktuigDe belangrijkste bron van inkomsten voor Benthuizen in deze tijd was dan ook de afsteek van turf.
- een wegafslagNa de afsteek kunt u vanaf hier de hoofdroute weer volgen.
- het doen ontbranden van ietsDit gebeurde na de afsteek van deze oven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek