afstandsbediening
vrouwelijk (de)/ˈɑfstɑn(t)sbəˌdinɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurtDe batterij van de afstandsbediening was weer eens leeg.Zonder iets te zeggen ging hij op de bank zitten en pakte de afstandsbediening. Neurotisch zapte hij van de ene naar de andere zender.
Vertalingen
Engelsremote control
Franstélécommande
DuitsFernbedienung
Spaansmando a distancia, telemando
Italiaanstelecomando
Russischпульт
Zweedsfjärrkontroll
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek