afstamming
vrouwelijk (de)/'ɑfstɑmɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de genetische voorgeschiedenis van een individu, volk of soortDe afstamming van de zoogdierorden is dankzij DNA-onderzoek een stuk duidelijker geworden.
- bij uitbreiding de voorgeschiedenis van een taal, symbool enz
Etymologie
* van afstammen
Vertalingen
Engelsdescent
Fransdescendance
DuitsAbstammung
Spaansdescendencia
Zweedsursprung
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek