afslachting

vrouwelijk (de)/ˈɑfslɑxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zinloos vermoorden van mensen op een gruwelijke manier
    De Commissie heeft de afslachting van de onschuldigen veel te lang getolereerd

Etymologie

* van afslachten en

Vertalingen

Engelsbloodbath, carnage, massacre
DuitsBlutbad, Massaker
Spaansmasacre, baño de sangre
Deensblodbad, massakre