afschrijver
mannelijk (de)/'ɑfsxrɛɪvər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die documenten overschrijft
- iemand die aantekeningen op een werkstuk maakt waar men moet zagen of boren
Etymologie
* afleiding van afschrijven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek