afrekening
vrouwelijk (de)/ˈɑfrekənɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uiteindelijke bestraffingHij heeft genoeg mensen benadeeld, het is tijd voor de afrekening.
- een moord in het criminele circuitVanmiddag was er weer een afrekening uitgevoerd door de Italiaanse maffia.
- een bewijs van betalingMag ik de afrekening alstublieft?
Etymologie
* van afrekenen
Vertalingen
Engelsliquidation, elimination
Spaansliquidación, ajuste de cuentas
Italiaansliquidazione
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek