afreageren

/ˈɑfrejaˌɣerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het gemoed ontdoen van woede door iets of de volle laag te geven
    Hij kon zich goed afreageren op die boksbal.
    Ik zie inmiddels sterretjes van ingehouden woede. Ik weet dat ik me niet moet afreageren op Zac. Dit gaat niet om hem. Dit gaat om mij.

Vertalingen

Spaansdesahogar, descargar
Poolsodreagować