afreizen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een plaats verlaten om aan een reis te beginnen
    Hij is vanmorgen afgereisd naar Kopenhagen.
    Nadat ze ’s middags het graf van de jongens had bezocht en daarna samen met Denise een pizza had gegeten, was ze weer naar het Flevoziekenhuis afgereisd.

Vertalingen

Italiaanspartire