afpassen

/'ɑfpɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) nauwkeurig afmeten
    Voor dit experiment moet de hoeveelheid water goed afgepast worden.

Vertalingen

Engelsmeasure
Fransmesurer
Duitsabmessen
Spaansmedir
Poolsodmierzyć