afpakken

/ˈɑfpɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ontnemen, afnemen
    Nadat de man alweer dronken achter het stuur zat is hem zijn rijbewijs afgepakt.
    Haar is iets afgepakt wat waardevoller dan het leven zelf is.
    Door niets of niemand laat jij je man afpakken.

Vertalingen

Engelstake away
Fransprendre
Duitsabnehmen, wegnehmen, arracher
Spaansarrebatar