afmeting

vrouwelijk (de)/'ɑfmetɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de ruimte die iets in beslag neemt (lengte, oppervlak, inhoud etc.)
    De afmeting van de bank is te groot voor onze woonkamer.
    Aannemend dat het hier de Turkse variant van ‘binnen’ betrof, opende hij de deur. Het kantoor had de afmetingen van een kippenhok.

Etymologie

* van afmeten

Vertalingen

Spaanstamaño, dimensión
Poolswymiar