afbeulen

/ˈɑvbølə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) heel hard laten werken tot het niet meer gaat
    Michels zelf deed vrijwel nooit de ‘keeperstraining’: een keeper in recordtijd afbeulen. Stuy veroordeelt dat beulswerk: ‘Iedere trainer kan een keeper binnen vijf minuten zoek spelen. Maar dat is onzin. In een wedstrijd krijg je ook niet tien schoten binnen een minuut.
  2. refl (refl) heel hard werken

Vertalingen

Engelswork to pieces