afbeulen
/ˈɑvbølə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) heel hard laten werken tot het niet meer gaatMichels zelf deed vrijwel nooit de ‘keeperstraining’: een keeper in recordtijd afbeulen. Stuy veroordeelt dat beulswerk: ‘Iedere trainer kan een keeper binnen vijf minuten zoek spelen. Maar dat is onzin. In een wedstrijd krijg je ook niet tien schoten binnen een minuut.
- (refl) heel hard werken
Vertalingen
Engelswork to pieces
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek