ploeteren

/ˈplutərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met grote moeite voortgaan
    Er werd geploeterd en afgezien.
  2. erga (erga) met grote moeite ergens heen gaan
    Hij was door een brede strook modder geploeterd en was nu op steviger bodem beland.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het ploeteren in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

* Klanknabootsend