administrateur

mannelijk (de)/ɑtmənɪstra'tør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die de administratie bijhoudt
    Hij is al jaren administrateur van dat bedrijf.
  2. beroep (beroep) iemand die namens de eigenaar een onderneming o.i.d. beheert
    Peter is sinds kort administrateur van Microsoft Nederland.
  3. een ambtenaar op departementen van algemeen bestuur

Etymologie

* van administreren

Vertalingen

Engelsadministrator, manager
Spaansadministrador, gerente